Alles over fijnstof

In dit artikel willen we op een toegankelijke manier uitleggen wat fijnstof is, welke richtlijnen er zijn, hoe je het meet én wat je er tegen kan doen. Er staan her en der ook wat quotes met extra informatie op de pagina, hier kan je op klikken als je de bron wilt lezen.

Een voorproefje van wat we gaan bespreken:

  • Fijnstof wordt meestal onderverdeeld in in relatief grotere fijnstofdeeltjes (PM10) en kleinere fijnstof deeltjes (PM2,5) (and sometimes even smaller divisions like PM1,0)
  • Let erop dat je de goede richtlijn gebruikt. Bijvoorbeeld de Europese richtlijn voor fijnstof, de WHO richtlijn voor fijnstof, of de Europese air quality index (EAQI)
  • De beste oplossing tegen fijnstof is goede ventilatie. Een detector maakt goed zichtbaar wanneer de luchtkwaliteit voldoende is, en wanneer je in actie moet komen.
  • Als je een detector koopt, let dan op 3 dingen:
    1) Een goede fijnstofdetector meet op zijn minst zowel PM10 als PM2,5.
    2) Vallen de normen van de richtlijn binnen de minimale en maximale waarden die de detector kan meten?
    3) Ga voor een detector die de resultaten weergeeft in µg/m³.

Vind je iets onduidelijk of wil je ergens meer van weten, of heb je andere vragen of opmerkingen, maak dan gebruik van het contact formulier!

Wat is fijnstof nou eigenlijk?

Fijnstof is niets meer dan een verzamelnaam voor alle kleine deeltjes die in de lucht zweven, en wordt soms ook wel aangeduid met aerosolen. Fijnstof wordt meestal onderverdeeld in de grotere PM10 deeltjes, en de kleinere PM2.5 deeltjes. PM staat voor particulate matter, en het getal erachter geeft de maximale diameter aan die de deeltjes hebben als ze onder die term vallen. PM10 deeltjes hebben dus een diameter van 10µg (10 µm = 10 micrometer = 0.01 millimeter) of kleiner, en PM2.5 deeltjes hebben een diameter van 2,5µm of kleiner. Het onderscheid wordt gemaakt omdat je lichaam anders reageert op de grotere PM10 deeltjes dan op de kleinere PM2,5 deeltjes. Dit is terug te zien in de fijnstofrichtlijnen, waar we later in het artikel op terugkomen.

Naast PM10 en PM2.5 kom je ook weleens de termen PM1 en PM0.1 tegen. PM1 deeltjes zijn met een maximale diameter van 1µm weer een stapje kleiner dan PM2,5, en nóg kleiner zijn de PM0.1 deeltjes, met een maximale diameter van 0.1µm. PM1 en PM0.1 fijnstof wordt ook wel ultrafijnstof genoemd. Deze deeltjes zijn minder in het nieuws omdat ze veel moeilijker te meten zijn. Om deze reden zijn er ook geen specifieke normen voor opgesteld. Maar dat betekend niet dat ze geen schade aanrichten! Er wordt namelijk gewaarschuwd dat deze mogelijk nog schadelijker kunnen zijn voor de gezondheid (bron: RIVM). Het is dan ook goed mogelijk dat ultrafijnstof in de toekomst wel in de richtlijnen zal komen (update: de gezondheidsraad adviseert de overheid inmiddels al om tot actie over te gaan om het ultrafijnstof-probleem aan te kaarten.)

Extra informatie
Bron: RIVM

Naast de onderverdeling in grootte, kan fijnstof ook worden onderverdeeld in:
Secundair anorganisch aerosol Bestaat voornamelijk uit ammoniumsulfaat en ammoniumnitraat. Het secundair aerosol neemt 40 % van de fijnstofmassa voor zijn rekening.
Koolstof en koolstof bevattende stoffen Met name elementair koolstof en organische verbindingen. Dit onderdeel draagt 25-30% bij aan de massa van fijnstof.
Zeezout aerosolen Zeezout bestaat voor 85% uit natriumchloride (‘keukenzout’) met daarnaast kleine bijdragen van magnesium-, calcium-, en kaliumverbindingen. Hun bijdrage is 5-10%
Bodemstof Bodemstof bestaat voornamelijk uit oxiden van silicium, aluminium, calcium, ijzer en kalium. Deze bijdrage is 4-7%.
Metalen De metalen die geen onderdeel uitmaken van het bodemstof komen vrij bij verschillende soorten slijtageprocessen en bij de metaalindustrie. Deze bijdrage is in de orde van 5%.

Hoe schadelijk is fijnstof?

In Nederland overlijden jaarlijks enige duizenden mensen enkele dagen tot maanden eerder door kortdurende blootstelling aan hoge concentraties fijnstof. Het gaat vooral om ouderen en mensen met hart-, vaat- of longaandoeningen. De gemiddelde Nederlander verliest 12 maanden aan levensduur vanwege blootstelling aan fijnstof (bron: RIVM).

Langdurige blootstelling aan lagere concentraties fijnstof, zelfs beneden de Europese grenswaarden, levert ook nadelige gezondheidseffecten op. Vooralsnog is er geen concentratiewaarde bekend waar beneden er geen gezondheidseffecten zijn. Fijnstof is dus altijd schadelijk, maar hoe hoger de concentratie en hoe langer de blootstelling, hoe erger de gevolgen. Levenslange blootstelling kan leiden tot blijvende gezondheidseffecten zoals verminderde longfunctie, verergering van luchtwegklachten en hart- en vaatziekten, en vroegtijdige sterfte.

Hoewel de ergste gevolgen van fijnstof zich met name in longen en luchtwegen afspelen, is er een scala van effecten over het hele lichaam. Het kan bijvoorbeeld leiden tot alzheimer en dementie,  beïnvloed de ogen, en eigenlijk het hele lichaam.

Fijnstof richtlijnen

Er zijn veel verschillende fijnstofrichtlijnen opgesteld, en de verschillen kunnen groot zijn. Dit kan voor onduidelijkheid zorgen, en daarnaast kan het zelfs van invloed zijn op het functioneren van een fijnstofdetector. Ook binnen Nederland worden er twee soorten richtlijnen gebruikt: de Europese fijnstof richtlijn, die alleen over fijnstof gaat; én de Europese Air quality index (EAQI), die de algemene luchtkwaliteit – inclusief  fijnstof – weergeeft. Van beide vormen zijn er ook nog veel internationale varianten.

Europese en WHO fijnstofrichtlijnen

Fijnstof wordt meestal gemeten in microgram per kubieke meter (µg/m³), dat is handig omdat fijnstof vaak aanwezig is in enkele tientallen µg/m³, en ook de dagelijkse blootstellingsnormen daarin worden gegeven. Deze normen geven aan wat de maximale hoeveelheid fijnstof in de omgevingslucht mag zijn, wat ook wel de fijnstofconcentratie wordt genoemd. In Nederland gebruiken we hiervoor de Europese richtlijn. Deze heeft 2 verschillende aanbevelingen: het jaarlijks gemiddelde, en het dagelijks gemiddelde. Let erop dat dit een richtlijn is, en dat de bijbehorende wetgeving per land verschilt.

 

Europese fijnstof richtlijn PM10 PM2,5
Jaargemiddelde 40 µg/m³ 25 µg/m³
Daggemiddelde

*Maximum aantal overschrijdingen per jaar:

50 µg/m³

*35

-

-

 

In de tabel is de Europese richtlijn voor fijnstof te zien. Het jaargemiddelde geeft aan wat de gemiddelde fijnstofconcentratie maximaal mag zijn, als je over een jaar meet. Dus over een jaar tijd gemeten, moet de fijnstofconcentratie onder de 40 µg/m³ blijven voor PM10, en onder de 25 µg/m³ voor PM2,5.

Op dezelfde manier geeft het daggemiddelde aan wat de maximale gemiddelde fijnstofconcentratie mag zijn, wanneer je over 1 dag meet. Voor PM10 komt dit neer op 50 µg/m³, en voor PM2.5 is er (nog) geen daggemiddelde limiet opgesteld. Wel zijn ze iets minder streng over het daggemiddelde dan over het jaargemiddelde, vandaar dat de dagelijkse PM10 limiet maximaal 35 dagen per jaar mag worden overschreden.

De World Health Organization (WHO) vindt dat de richtlijnen nog iets strenger zouden moeten. (Update 23-09-2021: de WHO heeft de richtlijnen nog verder aangescherpt, gebaseerd op nieuwe wetenschappelijke inzichten. Het jaargemiddelde van PM10 is van 20 naar 15 µg/m³ gegaan, en voor PM2.5  van 10 naar 5 µg/m³.) De (nieuwe) richtlijnen van de WHO vindt je in deze tabel:

 

WHO fijnstof richtlijn
update: 23-09-2021
PM10 PM2,5
Jaargemiddelde 15 µg/m³ 5 µg/m³
Daggemiddelde 50 µg/m³ 25 µg/m³

 

Naast de Europese- en WHO-richtlijnen, hebben veel landen hun eigen nationale richtlijnen. Nu is dit voor veel Nederlanders niet zo belangrijk, maar het kan wel uitmaken bij de aanschaf van een fijnstofdetector.  Daar vertellen we zo meer over, nadat we het over de andere richtlijn hebben gehad waar fijnstof in voorkomt.

De Air Quality Index

In Nederland wordt naast de Europese fijnstof richtlijn ook de Europese Air Quality Index (EAQI) gebruikt. Deze lijkt op de verouderde Common Air Quality Index (CAQI), maar is niet geheel hetzelfde. De Euopean Air Quality Index is eigenlijk niet bedoeld voor fijnstof specifiek, maar voor een beoordeling van de luchtkwaliteit in het algemeen. In totaal zijn er 5 verschillende stoffen waarop de luchtkwaliteit wordt beoordeeld: zowel PM10 en PM2,5, als NO2, O3 en SO2 (stikstofdioxide, ozon en zwaveldioxide).

EAQI

In de tabel kan je zien bij welke concentratie welke beoordeling hoort. De schaal loopt van links naar rechts (van licht blauw tot paars): goed, redelijk, matig, slecht, zeer slecht, extreem slecht. Een klein verschil met de eerder besproken richtlijnen is dat hier alleen wordt gekeken naar de concentratie fijnstof (PM10 en PM2,5) over één dag, het dag gemiddelde dus (een jaarlijks gemiddelde wordt dus niet meegenomen). Voor de andere stoffen - NO2, O3 en SO2 - wordt gekeken naar de concentratie per uur.

De uiteindelijk beoordeling van de Europese Air Quality Index is gelijk aan de slechtste van de vijf weergegeven concentraties. Staat SO2 op slecht, en de anderen allemaal op goed? Dan geeft de EAQI aan dat de luchtkwaliteit slecht is. Echter, sommige meetstations kunnen niet alle stoffen meten. In dat geval wordt uitgegaan van alleen de stoffen die wél gemeten kunnen worden. Soms heeft men het ook over de AQI van een specifieke stof (ook wel IAQI genoemd). Volgens de Europese richtlijn mag je dit niet weergeven als AQI, maar het zou kunnen dat je dit toch tegenkomt, met name buiten Europa.

Vergelijken EAQI en de Europese fijnstof richtlijn

Als je beide Europese richtlijnen (de fijnstof richtlijn en de EAQI) naast elkaar legt, zie je dat de limiet van het daggemiddelde van PM10 (50µg/m³) overeenkomt met matig (moderate). De Europese fijnstof richtlijn heeft (nog) geen daggemiddelde limiet voor PM2,5, maar als je die van de WHO erbij pakt (25 µg/m³), dan zie je dat ook deze slechts matig (moderate) is. Dat betekent dus, dat zelfs als de omgevingslucht onder de normen van de Europese fijnstof richtlijn zit, dit niet gelijkstaat aan een goede en gezonde omgevingslucht.

Is er dan een fijnstofconcentratie waarbij gezondheidsschade niet optreedt? Volgens het RIVM niet: ‘er is uit epidemiologische studies geen concentratiewaarde aan te geven waar beneden geen gezondheidseffecten vinden. Met andere woorden: minder fijnstof is altijd beter, en zelfs in het goede (blauwe) deel van de index treedt er nog gezondheidsschade op. En dat geldt dubbel voor mensen met klachten aan long en luchtwegen.

Andere landen hebben verschillende AQI’s. Dit kan verwarrend zijn, want deze hebben ook allemaal een eigen schaal, met verschillende stoffen die in de index zijn opgenomen, en allemaal hanteren ze verschillende limieten. Als het even kan, is het waarschijnlijk gemakkelijk om de Europese variant te gebruiken, dan weet je tenminste zeker dat je (redelijk) goed zit.

Hoe ga je de strijd aan met fijnstof?

Als individu kan je de buitenluchtkwaliteit moeilijk beïnvloeden, hoogstens kan je wegblijven van grote fijnstofbronnen door het vermijden van koolstofverbranding zoals bij open vuur, auto’s of industriële werkzaamheden. Ook is het goed om te realiseren dat fijnstof tijdens diep ademhaling (bijv. bij sport) meer schade aanricht omdat het dieper de longen binnendringt; ademen door de neus heeft daarentegen juist een zuiverende werking. Als je sport in de stad is het daardoor aan te raden zoveel mogelijk door je neus te ademen, met name  langs drukke wegen.

Binnen hebben we gelukkig meer controle over de luchtkwaliteit. Hierbij is het belangrijk om te weten welke fijnstofbronnen er binnen zijn, en wat je er tegen kan doen. Ook binnen zijn de grootste fijnstofbronnen afkomstig van (koolstof) verbrandingsprocessen: bakken, kaarsen, open haard, wierrook en roken zijn allemaal bronnen van fijnstof. Maar ook andere activiteiten kunnen stof genereren of doen opschudden, zoals stofzuigen. De ruimte zelf is ook belangrijk, want deze bepaalt hoe goed de instroom van verse lucht is. In een kleine kamer met gesloten ramen zullen er sneller fijnstofpieken komen dan in een grote kamer met veel open ramen.

Wil je zeker weten hoe groot het effect is van activiteiten zoals stofzuigen of bakken op de luchtkwaliteit, dan kan je dat het beste doen met een fijnstofmeter. Tijdens de activiteit meet je de ruimtes waar de activiteit plaatsvindt, én eventueel naastliggende ruimtes die daarmee verbonden zijn. Blijf ook meten nadat de activiteit voorbij is, want het kan soms lang duren voordat de luchtkwaliteit weer goed is. Dit is afhankelijk van de ventilatie van de ruimte.

Je kan natuurlijk ook de fijnstofmeter altijd aan hebben staan, dan kan je bijvoorbeeld aan het einde van de dag nagaan wanneer er pieken waren, en welke activiteiten er op dat moment werden uitgevoerd. Op die manier krijg je een steeds beter beeld welke activiteiten in jouw leven voor vervuiling zorgen. Bedenk wel dat de luchtkwaliteit in verschillende kamers veel kan variëren. De belangrijkste kamers om in de gaten te houden zijn de kamers waar je veel bent, bijvoorbeeld de woonkamer en slaapkamer, en kamers met fijnstofbronnen, zoals de keuken.

Oplossingen

Als je zelf geen fijnstofdetector hebt, zorg ervoor dat je dan regelmatig het huis goed lucht. Zet ramen en deuren open, met name tijdens én na de activiteiten die eerder genoemd zijn (zoals bij verbrandingsprocessen: bakken, roken, kaarsen). Ventilatie werkt het best als er meerdere (grote) ramen of deuren zijn die tegenover elkaar staan, dan kan zich beter een tocht vormen. Juist in de winter is het van belang om hier goed op te letten, want dan zitten ramen en deuren vaak dicht. Hiermee verlaag je ook de luchtvochtigheid, wat gunstig is voor het energieverbruik: want droge lucht warmt sneller op. Ventilatieroosters en afzuigkap kunnen ook helpen bij het ventileren, maar zijn niet altijd voldoende van zichzelf. Houdt ventilatieroosters vrij zodat er een goede doorstroom is. Een afzuigkap die lucht naar buiten leidt (luchtafvoer) werkt beter dan een recirculatie afzuigkap, deze haalt maar een deel van het fijnstof eruit voordat het weer terug de keuken in blaas. Bij de laatste moet je tevens het filter regelmatig vervangen, meestal elke 3 tot 12 maanden, afhankelijk van het gebruik en product.

Ook als je een fijnstofdetector hebt is ventileren het allerbelangrijkste. Het verschil is echter dat je nu precies kan zien wanneer je moet ventileren of wanneer het niet zo nodig is. Het kan zelfs gebeuren dat je de ruimte beter even kan verlaten, bijvoorbeeld als de fijnstofconcentratie ver boven het daggemiddelde zit, of als je vatbaarder bent voor adem- en longklachten. Daarnaast is het makkelijker om fijnstofbronnen te identificeren. Daardoor kan je bijvoorbeeld extra goed ventileren tijdens vervuilende activiteiten, of weet je dat je sommige activiteiten misschien een beetje moet aanpassen: zoals buiten roken, het limiteren van kaarsen, of de aardappeltjes toch wat minder lang bakken. Fijnstofdetectie maakt simpelweg het probleem zichtbaar zodat je er beter op kan reageren. Ook laat het mogelijke zwaktes in je ventilatiesysteem zien, bijvoorbeeld als het uren duurt voordat de fijnstofpiek zakt. Overweeg je een detector te kopen? Het volgende hoofdstuk gaat hier op in, en hier kan je de detector zien die AeroCount in de toekomst aanbied.

Over het algemeen is de buitenlucht van betere kwaliteit dan de binnenlucht. Maar het omgekeerde kan ook voorkomen, met name als er fijnstofbronnen in je buurt zijn, zoals bij een drukke weg, veel industrie of bij veeteelt. Op sites zoals het luchtmeetnet en samenmeten kan je zien of dit in jouw buurt het geval is. En ook AeroCount zal bij marktintrede fijnstofwaarden van de regio laten zien. Het is goed dit af en toe te raadplegen, dan weet je zeker of het nut heeft de ramen open te zetten.

Let wel op dat er in grote delen van het land heel weinig detectiepunten zijn, en dat een detector alleen lokaal kan meten. Afhankelijk van de situatie (windrichting, ruimtelijke indeling, fijnstofbronnen, etc.) kan de luchtkwaliteit een aantal straten verder weer heel anders zijn. AeroCount heeft als doel om het luchtmeetnet uit te breiden, daarom zijn onze detectoren ook geschikt voor buiten. Zo kan je niet alleen direct zien of het nut heeft om thuis de ramen open te zetten, maar is het ook mogelijk om bij te dragen aan het burgernet (indien je daar toestemming voor geeft).

Detector kopen: waar moet je op letten?

Overweeg je om een fijnstofdetector aan te schaffen? Dan zijn er een aantal dingen waar je op moet letten:

Allereerst is het belangrijk dat de detector zowel PM10 als PM2,5 kan meten. Eventuele andere opties zijn natuurlijk mooi meegenomen.

Ten tweede is het belangrijk dat een fijnstofdetector een goed bereik en nauwkeurigheid (stapgrootte) heeft. Een detector heeft een goed bereik als datgene wat je wilt meten binnen de minimale en maximale waarde zit die de detector kan aangeven. Als je dus wilt controleren dat de omgevingslucht onder de daggemiddelde norm van 50 µg/m³ (PM10) blijft, moet het bereik bijvoorbeeld van 0 tot 60 µg/m³ lopen; of van 40 tot 60 µg/m³, als het er maar tussen zit.

Extra informatie

Nauwkeurigheid Als je iets preciezer wilt weten wat de fijnstofconcentratie is, dan is het handig om ook naar de nauwkeurigheid (stapgrootte) te kijken. Neem bijvoorbeeld een detector met een nauwkeurigheid van ±10 µg/m³. Dit betekent dat als de detector aangeeft dat de concentratie 20 µg/m³ is, deze binnen ±10 van die waarde kan liggen: de werkelijke concentratie kan elke waarde tussen 10 en 30 µg/m³ zijn. Als je wilt dat de PM10 concentratie nooit hoger is dan 25 µg/m³, dan is dat relatief lastig te zien met deze detector. Zelfs met een nauwkeurigheid van 5 µg/m³ weet u pas zeker dat de werkelijke waarde lager is dan 25 µg/m³ wanneer deze 20 µg/m³ aangeeft. Het gebruik van een PM-detector met een nauwkeurigheid van 1 µg/m³ maakt het een stuk duidelijker wanneer de 25 µg/m³ wordt overschreden. In het algemeen geldt: hoe kleiner de stapgrootte hoe beter, maar meestal neemt de prijs van de detector hiermee wel toe.

Als laatste is het verstandig een detector te kopen die de resultaten weergeeft in µg/m³. Dit geldt zowel voor een actuele meting, als voor een gemiddelde meting over een dag of jaar. Zo kan je zelf controleren of de fijnstofconcentratie acceptabel is. Sommige detectoren geven alleen een goed-matig-slecht kwalificatie, of een percentage of index van 0 tot 100. Deze kan je beter vermijden, omdat niet altijd duidelijk is waar deze kwalificatie op gebaseerd is. Denk hierbij terug aan de vele internationale richtlijnen die er zijn, je weet niet zeker op welke richtlijn de detector is ingesteld! Een product buiten Europa kan bijvoorbeeld aangeven dat de fijnstofconcentratie goed is, terwijl het volgens de Europese richtlijn slecht is. Dit voorkom je als de resultaten worden weergeven in µg/m³. Een ander voordeel is dat als de richtlijnen in de toekomst worden aangescherpt, je nog steeds over de juiste informatie beschikt (zo wil Europa in de toekomst de fijnstofnormen aansluiten op die van de WHO, en heeft de WHO de eigen fijnstofrichtlijnen aangescherpt in september 2021). Je kan dan simpelweg vergelijken met de nieuwe richtlijnen. Bij een goed-matig-slecht of percentage weergave kan dat niet. Een goed-matig-slecht kwalificatie in combinatie  met een weergave in µg/m³ is natuurlijk wel goed (alhoewel het verstandig is mogelijke norm veranderingen in de gaten te houden).

Samenvatting

Een kort overzicht van de besproken punten:

  • Fijnstof wordt meestal onderverdeeld in in relatief grotere fijnstofdeeltjes (PM10) en kleinere fijnstof deeltjes (PM2,5)
  • Let erop dat je de goede richtlijn gebruikt. Bijvoorbeeld de Europese richtlijn voor fijnstof, de WHO richtlijn voor fijnstof, of de Europese air quality index (EAQI)
  • De beste oplossing tegen fijnstof is goede ventilatie. Een detector maakt goed zichtbaar wanneer de luchtkwaliteit voldoende is, en wanneer je in actie moet komen.
  • Als je een detector koopt, let dan op 3 dingen:
    1) Een goede fijnstofdetector meet op zijn minst zowel PM10 als PM2,5.
    2) Vallen de normen van de richtlijn binnen de minimale en maximale waarden die de detector kan meten?
    3) Ga voor een detector die de resultaten weergeeft in µg/m³.

Mocht je vragen of opmerkingen hebben over dit artikel, maak dan gebruik van het contact formulier!